Alle weblogberichten

Kansen(on)gelijkheid

12 januari 2021

Nog even, dan krijgen de leerlingen van groep 8 - ook in deze onvoorspelbare corona-tijden - het advies voor het voortgezet onderwijs en weten zij op welk schooltype zij hun weg kunnen gaan vervolgen. Maar wat vertelt dat advies eigenlijk over een kind van pakweg 12 jaar oud? Hoe bepalend is het voor de toekomst? En hoe zit het met gelijke kansen? In dit blog geeft Johan Vermeer - directeur-bestuurder van het Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland - zijn visie op deze materie.
 

In 1982 (ja, zo lang werk ik al in het onderwijs ;-)) haalde ik voor mijn studie biologie mijn pedagogische aantekening om bevoegd docent te worden. Als student was ik een groot voorstander van de invoering van de middenschool; het plan van minister Jos van Kemenade. Mijn argument: alle leerlingen zouden gelijke kansen in het vervolgonderwijs moeten krijgen!

In 2007 verschijnt het boekje ‘Ruggengraat van ongelijkheid’ van professor Jaap Dronkers waarin hij uitlegt wat de beperkingen en de mogelijkheden zijn om iets te veranderen aan ongelijke onderwijskansen. Dronkers legt uit dat hoever kinderen in het onderwijs komen, in eerste instantie afhangt van vroege ontwikkelingsverschillen in de leeftijdsperiode tussen 0 en 4 jaar oud. Ouders spelen daar de belangrijkste rol. In tweede instantie hangt onderwijs vooral samen met de permanente steun die je al dan niet van diezelfde ouders ontvangt. En pas in derde instantie hangt het af van de kwaliteit van het onderwijs zelf. Als je een beeld wilt hebben van hoe dit alles er in de praktijk uitziet, kijk dan de documentaireserie ‘Klassen’ terug die momenteel uitgezonden wordt op televisie. Het thema is dus nog steeds zeer actueel! 

Wat mij nu eigenlijk het meest verbaast, is dat zoveel professionals in de sector denken dat er inderdaad 'typische mavo-leerlingen' en 'typische vwo’ers' bestaan. Hoeveel mavo’ers zijn vroeger (de zogenoemde stapelaars) niet opgeklommen tot aan de universiteit en zelfs hoogleraar geworden? In de onderstaande grafiek zie je hoe sterk de Nederlandse onderwijsniveaus overlappen. Zullen we dit paradigma met z’n allen gewoon wegdoen. Iedereen kan rekenen en wiskunde leren!

Alweer zes jaar geleden volgde ik een aantal masterclasses over diverse onderwerpen in het onderwijs. De masterclass die ik zelf mee organiseerde, ging over motivatie. Eén stelling uit de voorbereidende literatuur is mij altijd bij gebleven: 'Het mogelijke eindniveau van onderwijs voor een leerling is niet van belang voor het huidige lesgeven!'
Sterker nog: het determineren zit volgens mij in de weg. Veel leerkrachten en docenten zijn (noodgedwongen door het systeem) veel tijd kwijt aan het bedenken en het inschatten van het mogelijke eindniveau van een leerling. ‘Wat wordt het schooladvies? Zou-ie de havo aankunnen? Zou-ie het wel redden in de volgende klas of kan-ie beter blijven zitten?’ Wat zou er gebeuren als al die tijd beschikbaar komt voor lesgeven en leren? In mijn ogen spreekt Paul van Meenen (Tweede Kamerlid) terecht van een leerling(ver)volgsysteem.

En tot slot: in dat kansenongelijke Nederlandse onderwijs leven wij in Zuid-Kennemerland wel op een bijzonder eiland. Namelijk: de regio met gemiddeld genomen het hoogste percentage over-advisering (het geven van een hoger schooladvies dan de eindtoets aangeeft). Geven wij daarmee juist wel gelijke kansen? Ik denk het niet. De over-advisering is vast niet eerlijk verdeeld; bepaalde groepen leerlingen krijgen juist een lager advies. Toch wil ik hoopvol afsluiten. Het nieuwe boek van Robert Putnam (hoogleraar aan Harvard) is uit. Hij is de auteur van het boek ‘Our kids’ uit 2015; precies de TV-serie ‘Klassen’, maar dan in de VS en in boekvorm. In zijn nieuwste boek ‘The upswing’ (2020) onderzoekt hij hoe de sociale ongelijkheid gekeerd kan worden. In het verleden heeft het onderwijs daar altijd een rol in gespeeld. Zijn (en mijn) hoop is dat dat weer kan gaan gebeuren. Kleine lokale initiatieven en landelijke maatregelen kunnen helpen. Het onderwerp komt steeds vaker terug op de agenda.
We kunnen beginnen met bijvoorbeeld ieder kind foutloos te leren rekenen. En daarbij dan meer dan gelijke kansen bieden: streven naar gelijke (minimale) uitkomsten; de ene leerling dus meer bieden dan de andere! En dan tot slot ook het keuzemoment voor het vervolgonderwijs uitstellen. Ik hoop dat het er binnenkort (volgende kabinet) van komt!